De Uddelse wormenkweker R. van Essen wil dat het Europese Hof van Justitie in Luxemburg voor eens en altijd uitmaakt dat zijn wormen niet zijn te betitelen als vee. Het ministerie van LNV doet dat wel en denkt daarmee in lijn te lopen met een Europese verordening. Door de opvatting van de minister mag Van Esen aan zijn wormen voortaan geen swill (keukenafval en etensresten) meer voeren.
Sinds enige jaren is het verboden vee swill voor te zetten omdat het materiaal ziekten bij vee kan veroorzaken.
De wormen, die door VAn Essen voor lokaas worden gekweekt, zijn ook vee en vallen dus onder het swillverbod, zo vindt landbouwminister Verburg.
Van Essen is naar de Raad van State gestapt omdat de minister zijn vergunning heeft inge-perkt. Daardoor moet hij juitzien naar ander wormenvoer. Omdat er een principieel menings-verschil is over de status van de worm vindt Van Essens raadsman C. van Schaik dat de Raad van State zogeheten prejudiciele vragen moet stellen aan Luxemburg.